| HOME - Inleiding Dromen zijn de beeldspraak van de ziel of van wat we daaronder verstaan. Ze komen voort uit het onbewuste, en als we ze niet vastleggen, raken we ze kwijt en zijn we een herinnering armer, maar misschien ook aanwijzingen die ons zouden kunnen helpen, onze levensproblemen beter de baas te kunnen. Daarom adviseren psychologen en psychoanalytici om potlood en papier op het nachtkastje te leggen, en om dat wat de droom ons liet zien, op te schrijven. De bedoeling hiervan is dat de ervaren droomuitlegger, bijvoorbeeld een psychotherapeut, in hetgeen er in de droom is voorgevallen, onbewuste psychische angsten die ons ook lichamelijk belasten, kan onderkennen. De droomwetenschap roept zoals elke wetenschap twijfels op. Natuurwetenschappers zijn van mening dat ze, dat wat er in de droom gebeurt, heel eenvoudig en ook begrijpelijk voor leken kunnen verklaren. Ze spreken van de "commandocentrale" in de grote hersenen, dat elektrische golven uitzendt, die vervolgens in de slaap ontbonden worden in vreemde beelden; die beelden zouden een vertekende afspiegeling zijn van wat we in de waaktoestand meemaken. Een hersenmassa van nauwelijks een pond is dus volgens deze mening verantwoordelijk voor alle denkbare psychische toestanden. Anderen zijn van mening, dat de ziel het in de slaap afgezwakte verstandelijk apparaat is, dat via een soort noodaggregaat bij de slapende mens onbewuste denkprocessen geleidt. De ziel, lichtte b.v. de in Amerika werkende Weense arts professor Kneucker toe, is niets anders dan een veld chemische reacties in onze hersenen. Met andere woorden: ook de ziel is materie; iedere andere uitleg is een zaak van persoonlijk geloof en dus natuurwetenschappelijk niet meetbaar. In geesteswetenschappelijk opzicht is het bewuste, de ziel, de materie in naakte toestand. Ze is niet te vatten en toch aanwezig. Haar spoor gaat op in het nevelachtige, het gedroomde. Ze geeft echter signalen die te verklaren zijn. Met het oog op de grote hoeveelheid droomverhalen is het eenvoudig niet te geloven dat de droom niets anders is dan een product van de grote hersenen. Het is de grote verdienste van de Weense zenuwarts Freud, rond de eeuwwisseling een andere richting te zijn ingeslagen met het droomonderzoek, weg van het materiƫle. Z'n analytische methode leidde tot totaal nieuwe inzichten in ons driftleven, met hem vond het begrip "het onbewuste" in de psychologie ingang. Freud nam de droom op in de psychiatrie en de psychotherapie en bewees dat in de droom psychische toestanden zichtbaar kunnen worden, indien de droomsymbolen juist worden uitgelegd. De onjuiste voorstelling die van de grote hersenen berust op fysiologische feiten, het droombeeld op psychologische. We zijn op de hoogte van de 'commandocentrale", van de werkzame factoren in onze hersenen, maar alleen met psychologische middelen kunnen we uitleggen wat achter de elektrische of chemische reacties zit die zich in onze hersenen afspelen en door middel waarvan we in een flits dromen zien, waarvan de uitleg slechts in het geestelijk-psychische vlak gezocht kan worden. We moeten bij de interpretatie van de droom de zeer persoonlijke omstandigheden van elke dromer afzonderlijk betrekken en de signalen die het onbewuste ons in de vorm van symbolen verstrekt, individueel verklaren. De symbolen die de droom ons zendt en die we ons in de waaktoestand herinneren, moeten vanuit de praktijk worden verklaart; hierbij is een zekere systematiek onontbeerlijk, want anders zouden we dat wat het individu droomt nooit kunnen uitleggen. Een poging hiertoe werd duizend jaren geleden al gedaan. De droomuitleggers die in de praktijk werkzaam waren, stelden daarbij ervaringsreeksen op, waarmee ze tot werkelijk opzienbarende resultaten kwamen en therapeutische successen boekten bij psychische patiƫnten. Deze website is echter vooral gemaakt voor de gezonde mensen onder ons die via de droomsymbolen er graag achter willen komen of ze de juiste psychische diepgang hebben om op vreedzame wijze met hun medemensen samen te leven. Problemen die ons onbewuste ons in de droom laat zien, hoeven niet per se symptomen van ziekte te zijn. We hebben gezien dat de wetenschap juist in de laatste decennia vele experimenten heeft ondernomen om de lichamelijke processen bij het slapen en dromen te doorgronden. Bij deze experimenten moest de psychische kant van het dromen buiten beschouwing blijven. Maar psychologen en psychotherapeuten konden steunen op de onderzoeksresultaten van Berger, Kleitman, Dement, en andere. Omdat door middel van EEG het tijdstip waarop dromen eindigen aan het licht was gekomen, konden ze hun proefpersonen onmiddellijk vragen wat ze vlak daarvoor hadden gedroomd. We weten immers allemaal uit eigen ervaring, hoe vluchtig een droom is en hoe kort we ons het voorval van de droom herinneren. Het noteren van dromen is niet alleen voor psychologen en psychotherapeuten van belang, maar ook voor ons zelf, omdat we zo graag uit het onbewuste conclusies willen trekken met betrekking tot ons leven. We hebben hier voor geen EEG en geen computer (behalve voor deze website) nodig, maar alleen een stukje papier en een pen, die we binnen handbereik naast ons bed leggen, zodat we kort na het wakker worden kunnen opschrijven wat we in het droombeeld hebben gezien. |
